Een wekelijkse briefing voor media- en uitgeefprofessionals

Samengesteld met ondersteuning van AI en gefinaliseerd door een menselijke eindredactie.

Ook te beluisteren als podcast op Spotify.

Vooraf

Zelfs in een rustige vakantieweek tekenen zich enkele fundamentele mediavragen af. Australië verplicht grote technologieplatformen nadrukkelijker om journalistiek mee te financieren, terwijl in Nederland discussie ontstaat over de grens tussen journalistieke informatie en reclame. De boekenwereld worstelt ondertussen met AI-auteurschap, terwijl de problemen bij Le Parisien en MyBusinessMedia laten zien dat zowel grote kranten als gespecialiseerde vakuitgevers financieel kwetsbaar blijven.

1. Australië zet techplatformen onder druk om nieuws te vergoeden

Australië heeft een wet goedgekeurd die grote technologiebedrijven financieel bestraft wanneer ze geen overeenkomsten sluiten met plaatselijke nieuwsuitgevers. De regeling geldt voor onder meer Meta, Google, TikTok en LinkedIn, voor zover ze in Australië meer dan 250 miljoen Australische dollar aan advertentie-inkomsten behalen.

Platformen die onvoldoende bijdragen aan de nieuwsproductie kunnen een heffing van 2,5 procent op hun Australische advertentieomzet krijgen. Ze kunnen die vermijden door met minstens acht uitgevers commerciële afspraken te maken. Overeenkomsten met kleine en middelgrote nieuwsbedrijven tellen daarbij zwaarder mee dan contracten met grote mediagroepen.

De wet bouwt voort op de Australische mediacode van 2021, maar kiest voor een andere aanpak. Niet het gebruik van elk afzonderlijk nieuwsartikel wordt belast: de overheid creëert een financiële prikkel om overeenkomsten met de sector te sluiten. Opbrengsten uit eventuele heffingen gaan naar lokale nieuwsmedia.

Waarom is dit relevant?
Australië probeert te verhinderen dat platformen nieuws eenvoudig weren om vergoedingen te ontwijken. Vooral de extra stimulans om ook kleine en middelgrote uitgevers te betalen, maakt de regeling interessant voor het Europese debat over de financiering van journalistiek.

Bron: Reuters – Australia passes law to levy tech giants that fail to pay for local news


2. Nederlandse medicijnboetes leiden tot debat over persvrijheid

De Nederlandse Vereniging van Journalisten, de NVJ, maakt zich zorgen over boetes die vier kranten kregen voor artikelen over geneesmiddelen, waaronder het afslank- en diabetesmiddel Ozempic. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd beschouwt bepaalde publicaties als verboden publieksreclame voor geneesmiddelen.

NRC, de Volkskrant, AD en De Telegraaf bestrijden die interpretatie. Volgens de hoofdredacties ging het om journalistieke berichtgeving over wetenschappelijk onderzoek, de werking van de middelen en mogelijke bijwerkingen. DPG Media kreeg voor artikelen in AD en de Volkskrant samen een boete van 51.000 euro.

De NVJ vreest dat zulke sancties een afschrikkend effect hebben. Journalisten en redacties zouden voorzichtiger kunnen worden met noodzakelijke gezondheidsberichtgeving uit vrees dat informatieve artikelen achteraf als reclame worden beoordeeld. De vereniging wil met de inspectie overleggen en overweegt steun bij een hoger beroep.

Waarom is dit relevant?
De zaak draait om een belangrijke grens: wanneer is berichtgeving over een commercieel product journalistiek en wanneer wordt ze reclame? Onduidelijkheid daarover kan tot zelfcensuur leiden, zeker bij kleinere redacties die het financiële risico van een procedure moeilijk kunnen dragen.

Bron: NVJ – Hoge boetes voor berichtgeving over Ozempic bedreigen persvrijheid


3. AI zet vertrouwen tussen auteurs en uitgevers onder druk

De boekenwereld worstelt steeds nadrukkelijker met de vraag hoeveel artificiële intelligentie een auteur mag gebruiken. Aanleiding zijn verschillende ophefmakende boekcontracten die werden stopgezet nadat twijfel ontstond over de manier waarop manuscripten tot stand waren gekomen.

Een opvallend voorbeeld is de misdaadroman Call Me, I’ll Hide the Body van debutant Jerry Falade. Het boek leidde tot een miljoenencontract, maar de auteur werd later door zijn agentschap losgelaten omdat het niet kon bevestigen dat hij de tekst volledig zelf had geschreven. Falade ontkent dat AI het boek schreef.

Duidelijke sectorbrede afspraken ontbreken. AI kan worden ingezet om een volledig manuscript te produceren, maar ook als hulpmiddel bij onderzoek, ideeënvorming of tekstcorrectie. Bovendien zijn programma’s die AI-teksten proberen te herkennen niet onfeilbaar. Grote uitgevers aarzelen daarom om algemene verboden uit te vaardigen.

Waarom is dit relevant?
Uitgeven steunt in hoge mate op vertrouwen tussen auteur, agent, uitgever en lezer. Nu de grens tussen menselijke en machinale inbreng vervaagt, worden transparante afspraken over AI-gebruik minstens even belangrijk als technische detectie.

Bron: The Wall Street Journal – AI Has Plunged the Book Publishing Industry Into Utter Chaos


4. Verlies van Le Parisien loopt op tot 71 miljoen euro

De Franse krant Le Parisien heeft in 2025 een nettoverlies van 71,3 miljoen euro geleden. Dat is bijna dubbel zoveel als de 38,4 miljoen euro verlies van een jaar eerder. De omzet daalde met 8,8 procent tot 134,7 miljoen euro.

Ook het gewone bedrijfsresultaat verslechterde: het verlies uit de dagelijkse activiteiten liep op van 34,3 naar 50,8 miljoen euro. De terugval is volgens de gepubliceerde jaarrekening vooral het gevolg van dalende verkoopinkomsten. Het personeelsbestand kromp ondertussen met 6,3 procent tot 430 medewerkers.

Le Parisien behoort tot de luxegroep LVMH, die de krant financieel overeind houdt. In november 2025 kreeg de uitgever nog een kapitaalinjectie van 150 miljoen euro. Drie jaar eerder had LVMH al 65 miljoen euro bijgestort.

De krant heeft een sterke positie in en rond Parijs en combineert regionaal nieuws met nationale berichtgeving. Toch blijkt ook voor een bekend merk met een kapitaalkrachtige eigenaar de overgang van print naar een duurzaam digitaal model bijzonder moeilijk.

Waarom is dit relevant?
De cijfers tonen dat schaal, naamsbekendheid en een rijke aandeelhouder op zichzelf geen gezond verdienmodel garanderen. Voor uitgevers blijft de centrale vraag hoe digitale groei kan worden omgezet in voldoende inkomsten om een omvangrijke journalistieke redactie te financieren.


5. Nederlandse vakbladuitgever MyBusinessMedia opnieuw failliet

MyBusinessMedia, uitgever van gespecialiseerde Nederlandse vakbladen en websites, is failliet verklaard. Het bedrijf publiceert vooral voor technische beroepsgroepen, met titels als Constructeur, Elektro Data, Kunststof & Rubber, Aandrijven & Besturen en Vraag & Aanbod.

Het is de tweede keer dat de uitgever failliet gaat. Na een eerder faillissement in 2019 volgde snel een doorstart. Volgens toezichthouder Joachim Driessen werd het bedrijf nu vooral getroffen door een belastingschuld uit de coronaperiode. De aandeelhouders wilden niet opnieuw kapitaal bijstorten zonder uitzicht op een regeling met de Nederlandse Belastingdienst.

Er bestaan plannen voor een nieuwe doorstart, maar de curator moet eerst de financiële situatie onderzoeken. Daarbij zal ook moeten blijken of alle titels samen worden voortgezet of afzonderlijk een nieuwe eigenaar kunnen vinden.

Waarom is dit relevant?
Vakuitgevers beschikken vaak over gespecialiseerde kennis en een trouw publiek, maar opereren in kleine markten. Daardoor blijven de mogelijkheden om advertentie- of abonnementsinkomsten te vergroten beperkt. Het faillissement toont dat een waardevolle redactionele niche niet automatisch een voldoende sterk en schokbestendig verdienmodel oplevert.


Tot slot

Vijf berichten, maar telkens dezelfde onderliggende vraag: wie financiert journalistiek en uitgeefwerk, en onder welke voorwaarden? Australië legt een deel van die verantwoordelijkheid bij de grote technologieplatformen. De zaak rond Ozempic toont hoe regelgeving journalistieke ruimte onbedoeld kan beperken, terwijl AI nieuwe afspraken over auteurschap noodzakelijk maakt.

De problemen bij Le Parisien en MyBusinessMedia belichten vervolgens twee uitersten van de uitgeefmarkt. De ene is een grote krant met een rijke eigenaar, de andere een gespecialiseerde vakuitgever met een beperkt maar gericht publiek. Beide blijken kwetsbaar. Schaal biedt dus geen zekerheid, maar een waardevolle niche evenmin. Betrouwbare en gespecialiseerde informatie blijft noodzakelijk; er een duurzaam verdienmodel voor vinden wordt steeds moeilijker.


Bronnen en verdere duiding