Leo Van Dorsselaer

Leo Van Dorsselaer

De overheid moet ervoor zorgen dat kranten en tijdschriften betaalbaar tot bij de lezer raken. Dat argument duikt telkens weer op wanneer de distributiekosten stijgen. Zonder ondersteuning dreigen publicaties te verdwijnen, wordt gezegd, en komt uiteindelijk het pluralisme van de pers in gevaar.

Het klinkt overtuigend. Maar over welk pluralisme hebben we het eigenlijk?

Papier wordt een dure bestemming

De vroegere persconcessie, waarbij de overheid bpost vergoedde voor de bezorging van kranten en tijdschriften, liep medio 2024 af. Ze werd vervangen door een tijdelijk belastingkrediet, gekoppeld aan de bijkomende distributiekosten van papieren publicaties. Die loopt af eind 2026. En wat dan?

De nood aan een oplossing is reëel. Terwijl bpost zijn groei steeds nadrukkelijker zoekt in pakjes en logistiek, hanteren gespecialiseerde distributeurs tarieven die voor veel uitgevers nauwelijks te dragen zijn. Vooral kleinere oplages en verspreiding in landelijke gebieden zijn duur. Papier drukken is één zaak; het tijdig in duizenden brievenbussen krijgen, blijkt steeds vaker de echte luxe.

Opvallend is evenwel dat niet alleen uitgevers van publieksbladen aandringen op betaalbare distributie. Ook ziekenfondsen, vakverenigingen, beroepsorganisaties, sociale bewegingen en andere middenveldspelers doen dat. Zij publiceren ledenbladen, vakbladen en organisatiemagazines die een belangrijk deel van de markt voor periodieke publicaties vormen.

Daar is niets mis mee. Zulke uitgaven informeren hun achterban, scheppen verbondenheid en brengen onderwerpen onder de aandacht die in algemene media weinig ruimte krijgen. In die ruime betekenis verrijken ze het maatschappelijke debat. Maar het blijven publicaties met een opdracht.

Een veelheid aan belangen

Dat spanningsveld is ook zichtbaar bij WE MEDIA, de beroepsorganisatie van Belgische magazine-uitgevers. Naast publieksbladen vertegenwoordigt de federatie vooral vakbladen, gespecialiseerde media, gratis pers en leden- en verenigingsbladen. Sinds enkele grote commerciële magazine-uitgevers de organisatie verlieten, is het gewicht van die organisatiegebonden en gespecialiseerde publicaties alleen maar groter geworden.

WE MEDIA heeft uiteraard het volste recht om hun belangen te verdedigen. Stijgende distributiekosten treffen een vakblad of verenigingsmagazine niet minder hard dan een publieksblad. De vraag is alleen of die belangenbehartiging zonder meer kan worden voorgesteld als een strijd voor het pluralisme van de pers.

Een ledenblad vertegenwoordigt een organisatie, een overtuiging of een beroepsbelang. De redactionele ruimte wordt er doorgaans mee bepaald door de doelstellingen van de uitgever. Van het blad van een ziekenfonds wordt niet verwacht dat het het bestaansrecht van dat ziekenfonds fundamenteel onderzoekt. Een tijdschrift van een beroepsfederatie zal zelden de belangenbehartiging van diezelfde federatie frontaal ter discussie stellen.

Dat is geen verwijt, maar een vaststelling. Een leden- of vakblad is niet minderwaardig omdat het een belang vertegenwoordigt. Het vervult alleen een andere opdracht dan een journalistiek medium dat geacht wordt ook de eigen uitgangspunten, financiers en machtsstructuren kritisch te onderzoeken.

Precies daarom moeten we voorzichtig zijn met het woord pluralisme. Een veelheid aan leden- en vakbladen zorgt onmiskenbaar voor een pluraliteit van organisaties, sectoren en overtuigingen. Maar een pluraliteit van belangen is niet automatisch een pluraliteit van onafhankelijke journalistieke stemmen.

Wanneer elke organisatiepublicatie als onderdeel van de vrije pers wordt beschouwd, wordt het begrip zo ruim dat het nauwelijks nog richting geeft. Perspluralisme gaat niet alleen over het aantal titels dat in de brievenbus valt. Het gaat ook over de verscheidenheid aan onafhankelijke redacties, eigenaars, journalistieke stemmen en kritische invalshoeken.

Steun waarvoor?

Betekent dit dat de overheid leden- en vakbladen aan hun lot moet overlaten? Niet noodzakelijk. De overheid kan maatschappelijke communicatie belangrijk vinden zonder haar automatisch als journalistiek pluralisme te bestempelen. Dan moet ze wel helder zeggen wat ze ondersteunt en waarom.

Voor onafhankelijke nieuws- en opiniemedia kan steun verantwoord worden vanuit democratische informatievoorziening en journalistieke diversiteit. Voor vak-, leden- en verenigingsbladen kan het argument liggen in maatschappelijke participatie, ledencommunicatie of de toegankelijkheid van gespecialiseerde kennis. Dat zijn legitieme doelstellingen, maar niet dezelfde.

De overheid hoeft niet te beslissen welke mening steun verdient. Ze moet wel durven bepalen welk publiek belang zij met belastinggeld wil beschermen. En WE MEDIA mag de belangen van al haar leden verdedigen, maar zou daarbij nauwkeuriger kunnen aangeven namens welke pers en welk pluralisme zij spreekt.

Anders dreigt pluralisme een handig verzamelwoord te worden voor iedereen die zijn postfactuur liever door iemand anders laat betalen.

En daarmee is uiteindelijk noch de pers, noch het pluralisme gediend