Een bericht uit de jongste editie van 6minutes medianieuws bleef wat langer hangen dan gebruikelijk. In Californië wordt gewerkt met een belastingkrediet waarmee lokale nieuwsorganisaties worden ondersteund bij het tewerkstellen van journalisten. Niet de drukker, niet het distributiebedrijf en ook niet de facteur staat centraal. Wel de journalist.
Dat klinkt bijna revolutionair. Zeker vanuit België bekeken. Hier gaat het debat over steun aan de geschreven pers al geruime tijd vooral over distributie. Na het verdwijnen van de vroegere krantenconcessie wordt gezocht naar andere manieren om de bezorging van kranten en tijdschriften betaalbaar te houden. Begrijpelijk, want een krant die niet bij de lezer geraakt, heeft weinig aan haar voortreffelijke inhoud.
Maar je kunt de redenering ook omdraaien: een krant die keurig op tijd in de bus valt maar waarin steeds minder journalistiek zit, heeft evenzeer een probleem.
De facteur of de journalist?
Elke schakel in het proces is belangrijk. Journalisten schrijven bijdragen, redacties selecteren en controleren, vormgevers maken er een leesbaar geheel van, drukkers zetten dat op papier en uiteindelijk moet iemand ervoor zorgen dat het product bij de lezer terechtkomt.
Allemaal noodzakelijk. Toch zijn voor distributie alternatieven denkbaar. Kranten kunnen via andere distributienetwerken worden bezorgd. Ze kunnen digitaal worden gelezen. Uitgevers kunnen samenwerken of nieuwe logistieke modellen ontwikkelen. Geen van die oplossingen is eenvoudig of gratis, maar ze bestaan of kunnen uitgebouwd worden.
Voor journalistiek ligt dat anders.
Je kunt een distributienetwerk vervangen door een ander distributienetwerk. Een journalist vervangen door géén journalist is een stuk moeilijker. Of beter gezegd: het kan natuurlijk wel, maar dan hou je uiteindelijk iets anders over dan journalistiek.
En precies daarom is het Californische systeem interessant. De steun wordt gekoppeld aan journalistieke tewerkstelling. Wie investeert in mensen die nieuws verzamelen, bronnen controleren, dossiers uitpluizen, interviews afnemen en informatie in een maatschappelijke context plaatsen, krijgt daarvoor een fiscaal duwtje in de rug.
De steun komt daarmee opvallend dicht terecht bij datgene wat we eigenlijk willen beschermen: journalistiek.
En dan is er natuurlijk AI
Dat argument wordt nog relevanter nu artificiële intelligentie steeds nadrukkelijker haar intrede doet op redacties. AI kan teksten samenvatten, vertalen, structureren en herschrijven. Ze kan journalisten helpen zoeken, vergelijken en analyseren. Wie haar verstandig gebruikt, kan er ongetwijfeld tijd mee winnen.
Maar precies daardoor wordt de menselijke journalist niet minder belangrijk.
Iemand moet beslissen welke informatie relevant is. Iemand moet bronnen beoordelen, verbanden leggen en verantwoordelijkheid nemen voor wat uiteindelijk wordt gepubliceerd. Menselijke eindredactie en menselijke interventie blijven de basis van geloofwaardigheid – en soms, laten we daar niet flauw over doen, ook van ongeloofwaardigheid.
Technologie verandert het gereedschap. Ze neemt de journalistieke verantwoordelijkheid niet over.
Nog interessanter aan het Californische model is dat het belastingkrediet niet noodzakelijk verloren gaat wanneer een nieuwsorganisatie onvoldoende winst maakt om het fiscaal voordeel volledig te benutten. Een deel kan dan rechtstreeks worden uitgekeerd.
Zelfs wanneer er geen winst is
Dat is geen onbelangrijk detail. Het zijn immers precies kleinere en lokale media die het economisch vaak moeilijk hebben. Een belastingkrediet waar je vooral iets aan hebt als je winst maakt, is voor een verlieslatend medium een wat merkwaardig cadeau.
Door ook verlieslatende nieuwsorganisaties te ondersteunen, wordt het systeem veel meer dan een klassieke fiscale aftrek. Het wordt een instrument om journalistieke tewerkstelling overeind te houden.
Misschien eens naar de andere kant kijken
Amerika is bepaald niet op alle vlakken het lichtende voorbeeld voor de journalistiek. De verschraling van de lokale pers is er vaak precair. Maar misschien is dat juist de reden waarom deze Californische aanpak onze aandacht verdient. Niet om hem klakkeloos over te nemen. Wel om ons eigen debat wat breder te maken.
Als we vinden dat onafhankelijke journalistiek een maatschappelijke waarde heeft en dat een pluriform medialandschap ondersteuning verdient, dan mogen we ons afvragen waar publieke middelen het meeste effect hebben.
Bij de laatste kilometers tussen het distributiecentrum en de brievenbus? Of bij de mensen die ervoor zorgen dat er vóór die krant in de bus valt überhaupt iets relevants, betrouwbaars en journalistieks in staat? Misschien moeten we de facteur vooral zijn werk laten doen – en eens wat meer aandacht besteden aan degene die zijn krant vult.
Als je journalistiek met publieke middelen wilt ondersteunen, steun dan in de eerste plaats de productie van journalistiek.
